“Materiaalpaspoort is een versneller voor warmtepompen”
Ondanks dat bij renovatieprojecten de verplichte installatie van een hybride warmtepomp vanaf 2026 geschrapt is, ziet Tom van Beusekom dat warmtepompen voor woningcorporaties een belangrijke optie blijven om woningen te verwarmen en te verduurzamen. Daarnaast vertelt hij op welke manieren de warmtepompfabrikant installateurs ondersteuning biedt.
Tekst: Tim van Dorsten
Met de ambitie om jaarlijks 100.000 nieuwe woningen te bouwen heeft ook het huidige kabinet in de woningbouw een belangrijk speerpunt gemaakt. In het nieuwe beleid blijft er een grote rol weggelegd voor de energietransitie en het verduurzamen van de huidige woningvoorraad. Deze verduurzaming is onder meer mogelijk dankzij de installatie van warmtepompen. Om haar warmtepompen voor zoveel mogelijk toepassingen geschikt te maken, heeft fabrikant Vaillant ervoor gezorgd dat een laag geluidsniveau een belangrijk thema in al haar producten is. “
“We optimaliseren onze warmtepompen voor een zo laag mogelijk geluidsniveau”, vertelt manager product marketing & business development Tom van Beusekom van Vaillant. “Dat doen we onder meer door robuuste producten te ontwerpen, want in robuuste producten kunnen minder onderdelen meetrillen. Daarnaast speelt de vorm van de ventilator een belangrijke rol. Het geluidsniveau van de 3kW- en de 5kW-varianten van onze lucht/water-warmtepomp Arotherm Split plus is in fluistermodus op een afstand van 1 meter slechts 39 decibel. Dit geluidsniveau is vergelijkbaar met het geluid in een rustig kantoor en dat maakt de warmtepomp op grote schaal toepasbaar voor zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. Dankzij de lage geluidsemissies is het zelfs mogelijk om de warmtepompen dicht tegen de erfgrens te zetten, zonder dat we de geluidsnorm overschrijden.”
Ook zorgt het lage geluidsniveau ervoor dat warmtepompen van Vaillant interessant zijn voor kleinere woningen. Dit leidde vorig jaar onder meer tot een renovatieproject in opdracht van woningcorporatie Oost Flevoland Woondiensten. “Deze corporatie wilde haar woningen verduurzamen. Daarom hebben we voor hen afgelopen oktober in twaalf appartementen van 63 vierkante meter de Arotherm plus warmtepomp in een ‘all electric’-opstelling geïnstalleerd”, vertelt Tom. Installatiebedrijf Boer en Van Veen uit Kampen heeft de installatie van deze warmtepompen uitgevoerd.

Materialenpaspoort
Sinds juli 2021 geldt dat de milieuprestatie-eis voor nieuwbouwwoningen, de zogeheten Milieuprestatie Gebouwen (MPG), op 0,8 staat. En oud-minister Hugo de Jonge wilde de MPG aanscherpen van 0,8 naar 0,5 in 2025. Dit voorstel werd vervolgens weer van tafel geveegd. De MPG heeft als doel dat er milieuvriendelijker en meer circulair gebouwd moet worden. Dit heeft als gevolg dat materialenpaspoorten voor bouwmaterialen en -producten in de bouwsector steeds belangrijker worden, dus ook voor warmtepompen.
Zo’n paspoort is opgesteld op basis van de milieu-impact van bijvoorbeeld een warmtepomp om de milieu-impact te meten. Het paspoort geeft onder meer aan van welke materialen het product is gemaakt, wat de herkomst en de circulariteit in, waarbij ‘categorie 1’ over de getoetste merkgebonden data van fabrikanten beschikt. Een ‘categorie 3’-materialenpaspoort bestaat uit ongetoetste merkongebonden data van de Stichting Nationale Milieudatabase en is dan ook ongunstiger om tot een goede en lage MPG-score te komen.
(Foto: Vaillant)

Tom van Beusekom “We zorgen voor actieve begeleiding van installateurs bij de installatie van warmtepompen.”
Kiezen voor categorie 1
Door de MPG-eis kiezen woningcorporaties bij nieuwbouwprojecten vaker voor warmtepompen met een ‘categorie 1’-materialenpaspoort, heeft Tom gemerkt. “Sinds 2023 beschikt onze Arotherm plus hierover en we merken dat dit materialenpaspoort ervoor zorgde dat onze warmtepompen vaker worden gekozen in grote nieuwbouwprojecten. Naar verwachting volgt de Arotherm Split plus in de loop van dit jaar ook met een ‘categorie 1’-materialenpaspoort.”
Daarnaast laat hij weten dat Vaillant vooruitloopt op de EU-verplichtingen door warmtepompen te ontwikkelen met een laag aard-opwarmend vermogen (GWP). Van de EU-verordening F-gassen mag de GWP-waarde van een koudemiddel vanaf 2027 niet hoger zijn dan 150.
R32 heeft een GWP-waarde van 675, terwijl R290 een GWP-waarde van 3 heeft. “De Arotherm plus beschikt al over R290 als koudemiddel”, vertelt hij. Dankzij de lage GWP-waarde is het met R290 eenvoudiger om aan de strengere milieuscore voor nieuwbouwwoningen te voldoen. ”Het gebruik van R290 beschouwt Vaillant niet alleen als een belangrijke bijdrage in de verduurzaming van de verwarmingssector, geeft hij aan. “Het is ook een belangrijke stap in de strijd tegen klimaatverandering. Uiteraard zorgen we ook voor actieve begeleiding van installateurs bij de installatie van deze warmtepompen.”
Technisch projectadvies
In nieuwbouw- en renovatieprojecten biedt Vaillant installateurs diverse vormen van ondersteuning bij de installatie van warmtepompen. “Het is belangrijk om de juiste warmtepomp te installeren”, geeft Tom aan. “Dat wil zeggen dat er een goed ontwerp moet liggen. Zo dient een installateur te weten welke componenten vereist zijn, wat het benodigde vermogen is en hoe hij de installatie moet aansluiten en inregelen. Onze afdeling ‘Technisch Project Advies’ staat installateurs hierin bij.” Daarnaast biedt Vaillant de mogelijkheid om geïnstalleerde warmtepompen vanaf afstand te monitoren, via haar online omgeving ‘My Vaillant Pro Services’. “In vergelijking met een cv-ketel is een warmtepomp veel complexer, onder meer omdat de prestaties en de levensduur van een warmtepompsysteem gevoeliger zijn voor diverse instellingen, waaronder de stooklijn”, vertelt Van Beusekom. “Om de levensduur en de energie-efficiëntie te garanderen en te optimaliseren, biedt dit platform de mogelijkheid om de prestaties te monitoren. Zo kunnen installateurs op afstand storingen uitlezen en variabelen, zoals schema’s, stooklijnen en instellingen bijstellen, zonder dat ze naar de locatie hoeven gaan. Dit scheelt hen veel reistijd en zo kunnen ze hun werktijden nog efficiënter inzetten.”