Landelijke regie op groen ontbreekt…
…tijd voor actie!
Tekst: Lodewijk Hoekstra, kwartiermaker Groene Cirkels Groene Gezonde Stad en medeoprichter van NL Greenlabel
De Rijksoverheid ontbeert de regie om natuurinclusieve leefomgevingen te creëren. Sterker nog, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Mona Keijzer veegt allerlei voornemens op het gebied van meer groen en natuurinclusiviteit van tafel.
Provincies en gemeenten doen hun best om invulling te geven aan de groene noodzaak. Toch wordt natuur lang niet altijd integraal meegenomen in bijvoorbeeld bouwplannen. De biodiversiteit in Nederland holt achteruit, terwijl klimaatadaptief bouwen wel op de agenda staat en deze zaken juist complementair zijn aan elkaar. Het Rijk moet een Natuurspreidingswet optuigen, dat groen op plekken in heel Nederland garandeert.
Ruimtelijke ordening complex
In Nederland is de ruimte schaars, terwijl we wel veel willen. De ruimtelijke ordening is weliswaar complex, maar dat komt mede doordat we gefragmenteerd kijken. We moeten juist integrale afwegingen maken, zonder denkbeeldige tegenstrijdigheden tussen bijvoorbeeld bouw, natuur, boeren en circulariteit.
Daarbovenop komt de problematiek van stikstof, PFAS, de afnemende waterkwaliteit en het eendimensionaal beschermen van planten en dieren tijdens de bouwfase. Ook dit alles is af te vangen wanneer we door een natuurinclusieve bril naar gebiedsontwikkeling kijken.

“Het Rijk moet een Natuurspreidingswet optuigen, dat groen op plekken in heel Nederland garandeert.”
Ecosystemen worden bedreigd
Mensen lijken onverschillig over de gevolgen van een verstoorde verhouding met de natuur, maar met gevolgen als extreem weer staat het water ons soms letterlijk aan de lippen. De weerbaarheid van ecosystemen is in het geding en daarmee ook ons eigen habitat. Dit terwijl juist diezelfde natuur niet alleen schoonheid en ontspanning biedt, maar ook grondstoffen voor bouwmaterialen, verkoeling en voedsel.
De gevolgen van klimaatverandering, helemaal in combinatie met het verlies aan biodiversiteit, zijn zeer bedreigend voor Nederland als kwetsbare delta. Door de klimatologische veranderingen en de gigantische afname van het aantal insecten moeten we nú actie ondernemen en echt waarde toekennen aan de natuur. ‘Groen’ wordt namelijk vooral gezien als decoratie en kostenpost met een focus op kwantitatieve aspecten en prijs in plaats van op kwaliteit.
STOER?
Het woord ‘natuur’ lijkt echter bij onze nationale overheid wel een verboden woord. Zo is de Rijksnatuurvisie omgedoopt tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Hiermee is het woord natuur al minder zichtbaar geworden. Bovendien helpt minister Keijzer met haar programma STOER de natuur eerder achteruit dan vooruit.
In de basis is deregulering een goede gedachte, maar de uitvoering daarvan moet samen met de markt worden opgepakt. Gebiedsontwikkelaars weten immers wat er speelt, wat iets kost en waar ze echt hinder van hebben.
Witte raaf
Met enige regelmaat vertragen nieuwbouwprojecten door de vondst van een beschermde dier- of plantensoort op een bouwlocatie. Deze extreme focus op één enkel exemplaar van een beschermde dier- of plantensoort werkt een integrale aanpak van de natuurinclusieve leefomgeving tegen.
Gelukkig zijn er nu al praktijkvoorbeelden waarbij regels voor dieren en natuur de woningbouw niet in de weg staan. Exemplarisch is Maanwijk in Leusden-Zuid. Die werd naast ‘de energiezuinigste wijk in de regio’, in 2021 ook nog uitgeroepen tot de eerste zogeheten ‘parkinclusieve’ wijk van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.
De natuur in die wijk is daarmee een aanwinst voor biodiversiteit en klimaatadaptatie waarbij dergelijke ambities door de ontwikkelaar en de gemeente zijn geborgd door middel van een NL Gebiedslabel.
Natuurspreidingswet
Vanuit Europa dwingt de Natuurherstelwet de lidstaten om in 2030 ten minste 20 procent van de land- en zeegebieden van de EU te herstellen en in 2050 alle aangetaste ecosystemen. Deze doelen halen we niet wanneer we dit overlaten aan individuele gemeenten. Het ontbreekt gebiedsontwikkelaars aan uniforme kaders, waarbinnen zij natuurinclusief kunnen bouwen. De landelijke overheid is aan zet.
Nederland heeft in het verleden bewezen zichzelf opnieuw uit te kunnen vinden. Zo hebben we na de oorlog alles weer opgebouwd tot een succesvolle economie, zijn de Deltawerken geïntroduceerd na de watersnoodramp en hebben we Flevoland ‘gemaakt’. Tijd voor de volgende grote stap. De oplossing is alleen niet eenvoudig, want het politieke landschap is grillig. De politieke cyclus (visie en aanpak) is gebaseerd op vier jaar, terwijl juist een langetermijnvisie en aanpak nodig is welke nu geheel ontbreekt.
Het wordt tijd dat de Rijksoverheid natuur weer serieus neemt en een Natuurspreidingswet opstelt. Deze wet dicteert een uniforme handelwijze en garandeert voldoende ruimte voor de natuur, waarbij natuurinclusief bouwen het uitgangspunt vormt om ecosystemen te creëren of te herstellen. De Natuurspreidingswet is complementair aan de Omgevingswet. De Omgevingswet stuurt op ruimtelijke kwaliteit en lokale afwegingen, maar wel binnen de landelijke kaders. Alhoewel planten en dieren die van nature in Nederland voorkomen wel beschermd dienen te worden, komt hier in de praktijk weinig van terecht. De ene gemeente doet dit wel goed, terwijl de andere gemeente alleen een huizenblok uit de grond stampt waarbij van ecologische meerwaarde geen sprake is. Dat moet de Natuurspreidingswet ondervangen.
Nature based solutions
Door de Natuurspreidingswet te verankeren in de Omgevingswet ontstaat ruimte voor nature based solutions voor de woningbouw en gebiedsontwikkeling in brede zin. Door bijvoorbeeld houten drijvende woningen met groen/blauwe daken te bouwen kunnen we ook in uiterwaarden bouwen. Het gaat om een andere manier van denken, waarbij de overheid gebiedsontwikkelaars en gemeenten beloont die natuurinclusief laten bouwen. Het resultaat: natuurinclusieve leefomgevingen, waarin mens, dier en plant gedijen en het land niet op slot gaat.