Verbinding maakt duurzaamheid logisch

Duurzaam Gebouwd-partner Giesbers Ontwikkelen en Bouwen maakte recent indruk met het CLT-project PUUR Wonen in Eindhoven. Het is slechts één van de vele projecten waarmee de partij grootse ambities wil verwezenlijken, elk sterk verankerd in de Sustainable Development Goals (SDG’s). Wij spraken met John de Beijer (directeur ontwikkeling en commercie) en Paul van Doorn (senior planontwikkelaar)

De duurzame, natuurinclusieve wijk Westrik in Prinsenbeek (Breda) dat eerder de Publieksprijs van de SKG Award voor duurzame gebiedsontwikkeling won. Copyrightvermelding: © Thea van den Heuvel Fotografie

Wat ambiëren jullie als ontwikkelend bouwbedrijf binnen de sector?

Van Doorn: “Wij zien onszelf als een duurzame en initiërende ontwikkelende bouwer. We zijn actief in woningbouw en in zowel commercieel als maatschappelijk vastgoed, waarbij we telkens vanuit maatwerk redeneren. Daarbij kunnen we snel anticiperen op de noodzakelijke veranderingen die op ons af komen en vaak gerelateerd zijn aan duurzaamheid. Daarvoor hebben wij een aantal duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN (SDG’s) omarmd.”

“Om te beginnen met doel 7: betaalbare en duurzame energie. Wij zien dat de energietransitie in de gebouwde omgeving al redelijk doorlopen is, zeker in nieuwbouw, dus richten wij ons vooral op het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en transformaties. Ook doel 12 is belangrijk: verantwoorde consumptie en productie. Wij richten ons daarmee op circulair bouwen, bij PUUR Wonen vertaald in houtbouw, zodat we naar grondstof- en CO2-arme woningen konden. Hout is een biobased materiaal en daardoor ook onbeperkt beschikbaar. Dit combineren we door losmaakbaarheid mee te nemen in het ontwerp, waardoor onderdelen in de toekomst ook nog eenvoudig kunnen worden hergebruikt."

“Verder koppelen wij doel 13 (klimaatverandering aanpakken) en doel 15 (herstel ecosystemen en behoud biodiversiteit) door in wijken en gebieden specifieke flora en fauna te integreren. Dat doen we om hittestress te reduceren en de biodiversiteit te stimuleren. Bijvoorbeeld in ons project Westrik, de eerste klimaatadaptieve woonwijk van Breda, waar we voor bovengrondse hemelwaterafvoer kozen. Die creëert een verkoelend effect, draagt bij aan biodiversiteit én zorgt voor belevingswaarde. Als laatste noem ik nog doel 17, partnerschappen, waarbij we door strategische samenwerkingen zo breed mogelijk proberen ons steentje bij te dragen. Zo zijn we partner van Madaster en donor van het Urban Mining Collective (New Horizon).''

De vijf Sustainable Development Goals (SDG’s) die door Giesbers worden omarmd.

Wat drijft deze ambities?

De Beijer: “Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen als organisatie. We hebben bijvoorbeeld veel jonge mensen aangenomen of afstudeeropdrachten lopen en dan merk je dat nieuwe generaties hier veel mee bezig zijn. De oudere garde – waar ik mijzelf ook onder schaar – ondervindt vaak last van dat veranderproces, maar wordt nu juist op sleeptouw genomen. Wij bieden die ruimte ook. Als motivatie [voor duurzaamheid, red.] intrinsiek uit de organisatie komt, hoeven wij het niet hard te roepen, maar gebeurt het gewoon.” “Dat zie je terug in onze projecten. Als wij nieuwe en belangrijke trends signaleren, zoals houtbouw, dan gaan we daar meteen mee aan de slag. Zo hebben we op bedrijfsniveau bepaald dat we grondgebonden woningen én appartementen in hout willen maken, respectievelijk in projecten in Eindhoven en Arnhem, waarvan de realisatie hopelijk ook gauw start. Zo leert de hele organisatie in een korte tijd om meer met houtbouw te gaan doen in de toekomst.”

Welke ontwikkelingen zien jullie omtrent houtbouw?

Van Doorn: “Na PUUR Wonen in Eindhoven maken wij nu de transitie van grondgebonden woningen naar gestapeld bij De AppèlPlaats in Arnhem. Dan ga je qua complexiteit wel naar standje Champions League. Het project betreft een eigen ontwikkeling van kleine schaal, slechts 11 appartementen, en daar komen zoveel meer voorwaarden bij kijken zoals geluid, trillingen en brandveiligheid. We zijn al een jaar bezig om die punten verantwoord te ontwikkelen.”

“Bovendien is hout een nieuw product. Daar komt voortschrijdend inzicht over vanuit de advieswereld. Wij werken samen met Arup, een internationaal en integraal opererend adviesbureau, om die aandachtspunten bij elkaar te brengen. Voor Nederland is houtbouw namelijk nieuw, maar voor andere landen niet. Denk bijvoorbeeld aan trillingen: daar is in Nederland geen eis voor, maar het is wel degelijk een vervelend verschijnsel. Arup heeft als multinational de kennis in huis om ook dat aan te pakken in projecten.”

“Relevant is nu het doven van brand en wat dat betekent voor de dimensies van het materiaal. Aan de andere kant heb je de beleving. Het toepassen van Cross Laminated Timber (CLT) is een duurzaamheidsdoel – ik vervang een eindige grondstof als beton door de oneindige grondstof hout – maar je wil ook dat die duurzaamheid zichtbaar wordt. Dat mensen zeggen: ‘Wow, ik woon hier’. Nu ontdekken we dat door de mate van brandveiligheid, zeker bij gestapelde woningbouw, die beleving onder druk staat.

Liefst wil je de CLT-wanden en -vloeren in het zicht brengen, maar berekeningen laten zien dat vuur daardoor niet snel genoeg dooft. Oftewel: bekleed het maar met gips. Door voortschrijdend inzicht wordt de bewonersbeleving dus juist ondermijnd.” De Beijer: “Het is ook een ontdekkingstocht. Wat vooral belangrijk is, is dat ook de woonconsument ervaart dat er een bijdrage wordt geleverd aan een hoger doel: dat wij, en ook de generaties na ons, van de aarde kunnen blijven genieten. We hebben het nu alleen over hout, maar het gaat ook over natuurinclusieve oplossingen, zoals een tuin die in de natuur overloopt. Als de bewoner iedere dag beseft waarom we dit doen, denken we een positieve waarde te creëren die blijft leven bij die consument.”

John de Beijer (links), directeur ontwikkeling en commercie, en Paul van Doorn, senior planontwikkelaar, bij Giesbers Ontwikkelen en Bouwen

Aansluiting vinden bij bewoners blijkt voor de hele sector een uitdaging. Hoe maken jullie die verbinding?

De Beijer: “Dat is een kwestie van zaaien. Bij ons project Westrik hebben we bijvoorbeeld een ecoloog laten bloggen, die vanuit de seizoenen vertelt hoe kopers naar hun toekomstige woonomgeving kunnen kijken. Bijvoorbeeld hoe bomen bepaalde insecten aantrekken of dat een ander maaibeleid positief kan zijn voor insecten. We zien de ecoloog daarin als intermediair om die bewustwording te stimuleren.”

Van Doorn: “Het is echt herhalen, herhalen, herhalen. Ook in nieuwsbrieven die we naar kopers sturen door aandacht aan die thema’s te besteden. Je wil mensen tot nadenken aanzetten zodat ze niet alles gaan verharden. Het zijn kleine dingen en lang niet iedereen gaat erin mee, maar als de eerste schapen over de dam zijn, volgen er meer.”

De Beijer: “Het blijven mensen. Qua werknemers gaat de transitie net zo langzaam. Des te mooier is het dan als een medewerker van wie je het niet verwacht het thema oppakt. Ik loop soms met een uitvoerder over de bouwplaats en zonder dat ik het vraag, legt hij uit waarom hij een houtwal neerlegt of oplossingen voor vleermuizen heeft verzonnen. Daar ben ik echt blij mee.”

Zien jullie ook een bereidheid bij bewoners ontstaan om mee te gaan in de duurzaamheidsambities?

De Beijer: “Je moet ervoor zorgen dat je de juiste kopers appelleert. Dat zij bereid zijn iets ervoor te betalen. Ik zeg altijd dat duurzaamheid geen geld hoeft te kosten, maar de realiteit is vaak weerbarstig. Kijk maar wat er met de houtprijs gebeurt ten gevolge van internationale ontwikkelingen. Gelukkig zie je steeds meer bereidheid. Vroeger had je bij woningen nog optielijsten met duurzaamheidskeuzes, maar praktisch iedereen koos liever voor een dakkapel of iets dergelijks. Het kantelpunt begint nu te komen: mensen maken steeds bewuster (duurzame) keuzes, gericht op de langere termijn.”

Je stipt het zelf al aan: de beschikbaarheid van hout op de (internationale) markt. Hoe zie jij deze ontwikkeling?

De Beijer: “Het is een kwestie van vraag en aanbod en dat is nu verstoord geraakt door corona, naast alle handelsoorlogen. Het aardige van hout is dat we in Europa prima in staat zijn meer te produceren dan wat er nodig is voor de bouwindustrie. We kunnen dus continu hernieuwen. Hoe dat de prijs beïnvloedt gaan we de komende periode zien.”

Artist impression van het project PUUR Wonen in Eindhoven.

Van Doorn: “Bovendien ligt er een unieke kans om je juist in biobased materialen te verdiepen. Qua kritische grondstoffen zijn we in Europa namelijk erg afhankelijk en dus kwetsbaar. De switch van lineaire naar biobased grondstoffen is dus heel strategisch.De Beijer: “Het financierbaar maken van deze materialen is belangrijk. Hoe kijken bijvoorbeeld de banken naar de waarde bij hergebruik? We moeten naar een systeem dat juist naar de waarde aan het einde van de levensduur kijkt. Dan weet je of een project uiteindelijk geld kost of oplevert. Veranker dat in het financiële systeem, dan kijk je anders naar hypotheken en wordt circulair bouwen makkelijker.”

Van Doorn: “Dit zijn transities die tijd nodig hebben. Net als digitalisering. Al onze projecten worden in BIM omgezet zodat we in Madaster een materialenpaspoort kunnen genereren, maar als je zo’n digital twin aan een klant geeft die niet weet hoe dat werkt, kom je niet verder. Zelfs in de facilitaire wereld zijn er professionele partijen die niet ingericht zijn om naar toekomstwaarde te kijken en circulaire kansen te benutten door gebruik te maken van zo’n materialenpaspoort, laat staan kopers.”

Een opgeleverd huis in het project PUUR Wonen, vervaardigd in CLT.

Je noemt het een transitie op lange termijn, maar moeten we niet juist versnellen?

De Beijer: “Als het niet snel genoeg uit de sector komt, heeft de overheid een verantwoordelijkheid. Het zijn immers politieke dilemma’s. Daarnaast, als we met z’n allen te snel innoveren, kan dat leiden tot een dusdanige prijsverhoging dat de betaalbaarheid onder druk komt te staan. Het is continu balanceren.” Van Doorn: “Gasloos bouwen is een mooi voorbeeld: dat is door de overheid er doorheen geramd. Ik hoor er niemand meer over. Er ligt nu een EU-ambitie om in 2035 geen auto’s met fossiele brandstoffen meer te verkopen. Moet je zien wat wij in korte tijd hebben bereikt waar de mobiliteitssector nog zeker tien jaar voor krijgt. Wij als sector zijn best innovatief en adaptief. Aan de andere kant is het een brede sector met veel stakeholders en producten met een enorme levensduur. Het zijn geen colablikjes die wij verkopen.” “Deze ontwikkelingen zijn direct gerelateerd aan de overheid. Er is veel kapitaal beschikbaar. Sterker nog: als de verschillende sectoren elkaar weten te vinden, hoeft de transitie geen euro te kosten. Richt de instrumenten zo in dat je hypothecaire voorwaarden aan duurzaamheid of klimaatadaptatie kunt koppelen, dan zijn die transities zo te versnellen. Eigenlijk wil je uit kunnen gaan van een Total Cost of Ownership-benadering en niet alleen maar focussen op investering en kostprijs. Dan is het allemaal ineens harstikke logisch.”