Na Transitievisie Warmte nu aandacht voor Koelte

Onze leefomgeving verandert snel en dat geldt ook voor warmte én koelte in onze woningen. Door vaker optredende hittegolven staat niet alleen onze gezondheid op het spel, maar soms zelfs ons leven. Hoe moeten we daarmee omgaan in het licht van de energie- en warmtetransitie?

Tekst: Ysbrand Visser

Marieke van der Linde: “We moeten meer gaan letten

op het gedrag en de gezondheid van de bewoners.”

Edwin van der Strate: “Het tegengaan van

zoninstraling is de belangrijkste maatregel tegen hitte.”

Door de soms hoge temperaturen in huizen kreeg de verduurzaming van onze woningen er een ander aspect bij: koeling. Over de actuele ontwikkelingen en adviezen spreken we met Edwin van der Strate en Marieke van der Linde, beiden op dit gebied actief bij de adviseurs van TAUW. Nog vóór de komst van BENG en de TOjuli, zo begint Van der Strate, werd duidelijk dat de stijgende temperaturen in woningen een gezondheidsprobleem vormen. “Tijdens de hittegolven van de afgelopen jaren constateerden wij samen met het Klimaatverbond en het Rode Kruis dat er sprake was van oversterfte. We moesten dus echt iets gaan doen, met niet alleen aandacht voor de TOjuli, maar ook voor kwetsbare groepen.”

Daarop werden - mede door TAUW- diverse gegevens en kaarten samengevoegd in de hitte- en eenzaamheidskaart. Van der Strate: “Op die manier werd duidelijk in welke wijken veel eenzame en kwetsbare ouderen wonen. De vervolgvraag was: zijn er partijen, zoals lokale welszijnsorganisaties, die tijdens hittegolven met de mensen in gesprek kunnen komen? Om te vertellen dat ze moeten oppassen voor uitdroging, genoeg moeten drinken en op het juiste moment de ventilator moeten aanzetten of de ramen moeten opendoen.”

Nieuwbouw

Naast deze inventarisatie kwamen er, aldus Van der Strate, ook veel klachten binnen over nieuwbouwwoningen. Die werden in de zomer te heet en het lukte ook niet meer om ze koeler te krijgen. Van der Strate: “Dat gebeurde bij nieuwbouwwoningen die steeds beter geïsoleerd werden en daarmee steeds beter warmte vasthouden. Wat in de winter prettig is, maar in de zomer tijdens een hittegolf tot overlast leidde. De hittegolven waren extremer dan de voorspellingen van klimaatdeskundigen weergaven. Daaruit kwam de TOjuli-eis voor nieuwbouwwoningen voort. Daarmee is naast BENG ook een eis voor hitte en energieverbruik ik de zomer gesteld voor nieuwbouwwoningen.”

Is de sterk groeiende vraag naar koeling ook op te lossen met technische maatregelen? Het TAUW-duo is betrokken bij een onderzoek naar hitte in woningen dat in opdracht van het onderzoeksprogramma NKWK vorig jaar is gestart en dit jaar wordt voortgezet. Daaruit blijkt dat de belangrijkste maatregel niet het koelen is, maar het tegenaan van zoninstraling tijdens een hittegolf. Terwijl in koudere periodes zoninstraling juist prettig is, moet dat tijdens hittegolven zoveel mogelijk voorkomen worden. Dat kan door het herintroduceren van zonwering aan de buitenkant van woningen, maar ook door bodem die instraling tegengaan.

Van de Strate: “Daarbij bestaat het beeld dat ramen ‘op het zuiden’ de meeste hitte geven, maar uit het onderzoek blijkt dat ramen op de west- en oostzijde door de lagere stand van de zon tot veel meer opwarming leiden. Gedurende een langere periode van warmte is het tegengaan van instraling alleen onvoldoende en moet je ook denken aan ventileren. Daarbij is het wel belangrijk dat het ’s nachts ook echt afkoelt, zodat je ’s nachts zoveel mogelijk ventileert.”

“Naast natuurlijke ventilatie is een mechanische ventilatie een goed ‘laag-energetisch’ systeem, waarmee je ’s nachts koele buitenlucht kunt aantrekken. Ook kunnen koude-warmtesystemen worden gebruikt om de woning langer aangenaam te houden. Van een warmtenet weet je in ieder geval zeker dat je níet zoveel kunt verwachten. Daarom is het advies om bij verduurzaming van de woningen ook te onderzoeken hoe de verwarmingssystemen, waar nodig, ook een bijdrage aan verkoeling in de zomer kunnen leveren”, aldus Van der Strate.

Zonwering aan de buitenkant van gebouwen essentieel bij hittegolven.

Doordat TAUW zowel Transitievisies Warmte als klimaatadaptatievisies opstelt voor gemeenten, kwam ook het klimaat ín woningen in beeld. “Zo weten we”, vertelt Van der Strate, “dat bewoners aan corporaties vragen om wat aan de hitte te doen. En in de nieuwbouw wilden we verder kijken dan alleen de begrippen energieneutraal en BENG en zoeken naar slimme koelingsoplossingen die weinig energie verbruiken. Met het NKWK-onderzoek van 2021 is dat inzicht ontstaan. Dit jaar wordt onder meer gewerkt aan een kaart van gebouwen die kwetsbaar voor hitte zijn en wordt bekeken hoe het gedrag van bewoners beïnvloed kan worden.”

Monitoren

Vreemd genoeg heerst er nog de nodige onbekendheid over de werking van de verschillende maatregelen. Reden voor Van der Linde om mee te doen met het RAAK-onderzoek Hitteproef 2022/2023. Van der Linde: “Daarbij kijken we naar de koelbehoefte in de woningen en stellen we eerst vast hoe warm het er daadwerkelijk wordt. Verder toetsen we welke effecten de huidige maatregelen hebben. Vervolgens richt het onderzoek zich op de verschillende oplossingen, zodat je nu al aan ontwikkelaars kunt meegeven waarop ze moeten letten. De oplossingen bevinden zich zowel in de buitenruimte, als in de woning zelf. Bovendien moeten we daarnaast gaan letten op het gedrag en de gezondheid van de bewoners zelf, zonder dat ze direct een airco hoeven te installeren.”

Ten aanzien van het onderzoek stelt Van der Strate: “Ik ben in dat kader ook wel benieuwd naar metingen in woningen die nu conform de TOjuli-norm worden gebouwd. Het is heel belangrijk dat we de werking van deze norm ook in de praktijk meten bij gerealiseerde woningen en kijken of de methodiek afdoende werkt of een verdere aanscherping vraagt. De TOjuli is een heel goede eerste stap, maar nog geen garantie dat het bij hitte ook altijd tot comfortabele woningen leidt. We weten dat niet exact, want bij nieuwbouw kun je niet vooraf meten hoe warm het werkelijk in die woning wordt. Tegelijkertijd moeten we inderdaad kijken of het gedrag van mensen op de technische mogelijkheden aansluit.”

Gedrag

Gedrag, zo stellen beide, is van grote invloed op het binnenklimaat. Zeker als je dat met verstand van zaken doet, bijvoorbeeld bij het ventileren van een woning. Van der Strate: “Mensen moeten wel goed weten hóe ze moeten ventileren en wanneer ze de ramen moeten dichthouden of openzetten. Zo kunnen bijvoorbeeld oudere mensen bang zijn voor inbrekers, zodat ze hun ramen ’s nachts juist dichthouden. Ook geluidsoverlast of insecten die naar binnen vliegen kunnen redenen zijn om de ramen dicht te houden. Door aangepaste ramen te creëren of horren te plaatsen kan hier rekening mee worden gehouden.”

“Heel interessant”, vervolgt Van der Strate, “is de koppeling tussen technische mogelijkheden en de bewustwording van bewoners hóe ze die mogelijkheden kunnen gebruiken tijdens een hittegolf. Marieke is nu bezig om hitteplannen op te stellen voor meerdere gemeenten in de provincie Utrecht. Zodat sociaalmaatschappelijke werkers klaarstaan om kwetsbare groepen te bezoeken, die daardoor zo min mogelijk risico lopen.” Van der Linde vult aan: “Dat bewustzijn creëren blijkt een grote uitdaging. Er zijn veel organisaties die al linkjes hebben met kwetsbare groepen. Juist deze organisaties, die al achter de voordeur komen, moeten we benutten. Zij kunnen bijdragen aan het vergroten van het bewustzijn.”

“Vergeet verder niet”, gaat Van der Linde verder, “dat je bij verduurzaming tegelijkertijd het hittevraagstuk meeneemt. Er zijn corporaties die twee jaar geleden hun woningen hebben gerenoveerd en verduurzaamd en nooit over het thema hitte hebben nagedacht. Ik spreek corporaties die nu beseffen dat ze op de verkeerde manier isolatiemaatregelen hebben toegepast, waardoor het in die woningen te warm wordt.” Vandaar dat Van der Strate ervoor pleit om bij verduurzaming van bestaande woningen ook de TOjuli mee te nemen: “Dat kan echter geen harde norm worden, omdat je niet zomaar de oriëntatie van je woning aanpast of alle raamoppervlakken verandert.”

Siësta

“In dit dossier”, vervolgt Van der Strate, “is het lastig dat er niet alleen sprake is van een stijging van de gemiddelde temperatuur, maar ook van meer extreme hittegolven. Woningen moeten niet alleen worden aangepast op de gemiddelden. Verder gaat het ook over ons gedrag, zodat je bij de grootste hitte niet een rondje gaat hardlopen. Misschien kies je net als in zuidelijke landen wel voor een siësta en houd je er rekening mee dat de maatschappij tijdens een hittegolf even stilligt. En dat je bijvoorbeeld kwetsbare groepen de mogelijkheid geeft om in een supermarkt of bibliotheek verkoeling te zoeken en een glaasje water te drinken.”

Bij nieuwbouw kun je vooraf niet meten hoe warm het werkelijk wordt.

Van der Strate ziet het niet zitten om met de kostprijs van energie op het heetst van de dag het gedrag en energiegebruik te beïnvloeden. “Daarmee vergroot je de verschillen in de samenleving en creëer je hitte-armoede, terwijl we weten dat ‘de armste wijken, de warmste wijken’ zijn. Strenge maatregelen zouden kunnen werken voor uitwassen, maar onze zorg zit vooral bij de kwetsbare groepen die juist wél toegang tot koeltemaatregelen nodig hebben.”

“Het RAAK-onderzoek”, besluit Van der Linde, “zal ook gaan over de effecten van de koelbehoefte op de energietransitie en energievraag. We hopen met concrete handvatten te kunnen komen om mee te geven bij de Transitievisies Warmte en de daaropvolgende programma’s of uitvoeringsagenda’s. Daarin gaat het vaak over isoleren, maar meestal niet over de gevolgen daarvan voor de koeltebehoefte of temperatuur in je woning. Nu gemeenten aan de slag gaan met programma’s of concrete plannen is dit de kans om die koelbehoefte mee te nemen.” Tijd dus voor het Uitvoeringsprogramma Warmte & Koelte?