Comfort als leidraad voor gezonde gebouwen

Een inkijkje in de roadmap voor verduurzaming van DGMR

Willen we in 2040 Parisproof zijn, dan zijn er nog veel stappen te zetten. DGMR timmert op dat vlak aan de weg met een roadmap voor verduurzaming, waarin gezondheid, comfort en veiligheid van gebruikers de boventoon voeren. In dit artikel bevragen wij experts van ingenieurs- en adviesbureau DGMR en bba binnenmilieu over de keuzes die schuilgaan achter deze roadmap.

Tekst: Reinoud Schaatsbergen

Van links naar rechts: Gert-Jan Wesenbeek (DGMR), Atze Boerstra (bba binnenmilieu) en Gertjan Verbaan (DGMR)

Bouw stap voor stap aan verduurzaming en blijf toch flexibel. Dat is het idee achter de roadmap van DGMR.

DGMR is niet onbekend met hoge ambities. Gertjan Verbaan, adviseur bouwfysica bij DGMR: “Label C is eigenlijk maar een klein stapje. Zeker bij de overheid zien we dat er extra eisen worden gesteld. Het duurde even voor het zover was, maar de versnelling begint nu echt te komen.” Atze Boerstra, directeur van bba binnenmilieu, dochteronderneming van DGMR, beaamt dat de bouwsector tempo maakt, maar hij waarschuwt dat we ons niet moeten laten leiden door de waan van de dag. “We hebben blijkbaar duwtjes nodig, zoals Russisch gas of het coronavirus”, aldus Boerstra. “Daardoor hebben we het vaak alleen maar over energie of ventilatie. Alsof alles daarna is opgelost. Er zijn technische installaties nodig, bijzondere materialen en dan speelt het arbeidstekort ook nog. De urgentie gaat veel verder.”

Om de transitie naar een duurzamere bouwsector haalbaar te maken, moet duurzaamheid niet als enige doel worden gezien. In de roadmap naar verduurzaming zet DGMR dan ook de mens centraal, ingestoken vanuit flexibiliteit, zodat altijd een oplossing op maat wordt gekozen die bijdraagt aan de gezondheid van de gebruiker. Zo zegt Gert-Jan Wesenbeek, senior adviseur installaties bij DGMR, dat comfort altijd moet worden meegewogen in een project. “Je ziet dat BREEAM en WELL soms haaks staan op verduurzamen vanuit de energietransitie”, zegt hij. “Zo is ventileren met de focus op virusbestrijding vanuit energetisch standpunt niet duurzaam. Je moet een mate van flexibiliteit inbouwen om te kunnen anticiperen op toekomstscenario’s.” Boerstra vult aan: “Vergelijk het met een auto: die moet veilig, ruim en zuinig zijn. Dat mogen we ook eisen van onze gebouwen.” Daarmee verwijst hij naar het advies, dankzij de huidige gascrisis, om de thermostaat één graad lager te zetten. “Leuk, maar in een verpleeghuis kun je dat niet maken. We moeten dus meer in termen van prestaties kijken en daar beleid op inrichten. Dat kan ook in bestaande gebouwen door intelligent te renoveren.”

Het gedrag van gebruikers is minstens zo belangrijk als de installaties, maar hoe breng je die twee bij elkaar? Een handleiding kan immers nog steeds veel te technisch zijn. “Wij merken dat je gebruikers alleen meekrijgt, als je goed monitort en het energieverbruik inzichtelijk maakt”, zegt Wesenbeek. “Dan krijgt de gebruiker meer oog voor wat er gebeurt als niemand op kantoor is. Op basis van dit soort data moeten we kunnen handelen. Daar is misschien wel meer te behalen dan in aanpassingen.” Het adagium 'meten is weten' blijft dus relevant. Verbaan noemt een sprekend voorbeeld: “Veel mensen die zonnepanelen op hun woning leggen, houden continu bij wat hun opbrengst is. Is die laag, dan kijken ze waarom dat zo is. Zulk gedrag wil je ook op grotere schaal aanwakkeren.”

Holistische aanpak

Bij het bewandelen van de roadmap voor verduurzaming maakt DGMR bovenstaande overwegingen. Zo kijkt de adviseur bij de bouw of renovatie van een pand tegelijkertijd vanuit verschillende expertises (geveltechniek, bouwfysica, brandveiligheid, binnenklimaat, installaties) om die op elkaar te kunnen afstemmen. Daardoor zijn de stappen die DGMR vanuit de roadmap zet altijd op maat. “Het voordeel is dat wij, samen met bba binnenmilieu, een heel brede expertise hebben”, zegt Verbaan. “Wij sturen de laatste tijd letterlijk een aantal specialisten een gebouw in om met de duurzaamheidsscans vast te stellen wat de situatie is, zoals bij het Provinciehuis van Zuid-Holland, 25 scholen in Den Haag en diverse ziekenhuizen. Vaak kunnen we bijna ter plekke al oplossingen verzinnen, telkens vanuit een integrale benadering.”

Deze holistische aanpak creëert een overzicht dat de gebruiker in staat stelt strategische keuzes te maken op basis van de behoeftes, nu én in de toekomst. In de roadmap wordt namelijk ook de meerjarenplanning meegenomen om alvast rekening te houden met natuurlijke momenten voor onderhoud. “Zo kun je een totaalpakket aan mogelijke maatregelen laten zien: wat is logisch om nu of later op te pakken. Meestal laten we dan enkele voorstellen zien, van heel ambitieus tot zuinig, zodat de gebruiker niet in een groot overzicht qua getallen hoeft te duiken.”

Volgens Verbaan is het cruciaal om de gebruiker meerdere stappen voor te leggen, zodat inzichtelijk wordt hoever we als sector kunnen gaan. “Dat meest ambitieuze voorstel in de roadmap is ook echt de bovenste stap”, zegt hij. “Wij hopen op die manier te laten zien wat je nog extra kunt doen. Het is de kunst als adviseur om mensen daarin uit te dagen, want uiteindelijk neemt de opdrachtgever de beslissing.” Zo steekt DGMR de verschillende voorstellen in als vervolgstappen, zodat de opdrachtgever een minder ambitieus voorstel niet als eindstation ziet. “We geven per variant een prioritering aan. Zo kan er nu voor pakket twee worden gekozen, met een jaar later pakket drie of vier als logische vervolgstap. Daarmee wordt het voor de klant ook echt een roadmap, waarin niet telkens van voren af aan hoeft te worden begonnen.”

Bovenstaande aanpak zit wat betreft Boerstra bij elke medewerker van DGMR en bba binnenmilieu in het bloed. “We pakken elk project aan met passie voor het vak, omdat wij de CO2-uitstoot willen verlagen, een comfortslag willen maken of bijvoorbeeld een gebouw veiliger willen maken”, zegt hij. “Het is onze rol om de klant te helpen systematische beslissingen te maken die raken aan gezondheids- en duurzaamheidsprestaties. Los van wettelijke minimumeisen proberen we bij projecten de klant te verleiden om in te zetten op echt doelmatige oplossingen die passen bij de specifieke situatie.”

Voorbeeld van uitkomsten Roadmap DGMR

Verder kijken

Is een holistische aanpak zoals die van de roadmap voldoende om de duurzaamheidsambities voor 2030 en 2040 te halen? Boerstra: “Ik heb niet de illusie dat ingenieursbureaus in hun eentje de wereld kunnen veranderen. Het is een totaalplaatje, waarin wij slechts een radar in het geheel zijn. Bovendien valt er nog een slag te maken, want financieel rammelt er van alles.” Wesenbeek beaamt dit aan de hand van een voorbeeld: “Ik sprak laatst iemand van de Rijksoverheid, die bezig was met het renoveren van een bestaand pand waar gewoon gasketels in terug komen. Puur omdat er geen financiën beschikbaar waren voor een duurzamer alternatief. Toch haalden ze Label C. Dat geeft de bandbreedte van de sector wel weer. De een wil een energieleverend gebouw en de ander vindt een etiket voldoende, zolang hij er maar geld op kan maken. Willen wij het met elkaar gaan redden, dan moet dit vanuit de overheid aan banden worden gelegd.”

Het is de kunst, sluit Verbaan af, om te bekijken wat alle maatregelen en oplossingen werkelijk opleveren. “Soms worden regels helemaal platgeslagen naar getallen”, zegt hij. “Dat kan helpt, want zo neemt de transitie een vlucht, maar we moeten telkens de afweging blijven maken op basis van wat iets daadwerkelijk op de meter oplevert. Dat vraagt dat we net iets verder kijken dan de standaardnorm.”