Verduurzaming met een digitaal aanbiedersplatform


Hoe digitalisering kan leiden tot 40% kostenreductie, versnelling van de

energietransitie én minder behoefte aan technisch opgeleid personeel

Tekst: Jan-Willem van de Groep

De verduurzaming van de gebouwde omgeving lijkt in een impasse te raken. Alle initiatieven zoals het Programma Aardgasvrije Wijken, de Stroomversnelling, de Renovatieversneller en subsidies voor het stimuleren van kleine stappen leveren nog niet het verduurzamingstempo op dat nodig is. Over al die aanpakken valt veel te zeggen, maar daar is dit artikel niet voor bedoeld.

Op Europees niveau zijn de klimaatdoelen van 2030 kortgeleden verhoogd naar 55% CO2-reductie. Duitsland gaat inmiddels een stap verder naar 65%. Dat is niet verwonderlijk aangezien we met de huidige 2030 doelen de afgesproken Parijse doelen nooit kunnen halen. De druk om in alle sectoren snel meters te maken wordt de komende jaren alleen maar groter.

Duidelijk is dat er dus wat nieuws bedacht moet worden. Het speelveld moet veranderen, samen met de spelers. Ook digitalisering speelt daarbij een belangrijke rol. Daarnaast dienen we onderscheid te maken tussen middelen en doelen. Gasloos kan nooit een doel op zich zijn wanneer de interventies om dat te bereiken te traag tot resultaten leiden, het doel is immers CO2-besparing. Als 60% reductie aanzienlijk sneller gaat dan 100% reductie, moeten we vooral daarop inzetten (en de grote stappen niet laten).

De in dit artikel beschreven gedachten zijn ontstaan tijdens een onderzoek naar digitalisering van de renovatie- en verduurzamingsketen, die ik samen met Titia Siertsema (NVTB) uitvoer in opdracht van TKI Urban Energy. We hebben veel partijen gesproken uit de bouw, installatie en softwareontwikkeling. Dit artikel is de eerste in een serie om aan de hand van gesprekken te zoeken naar manieren om het speelveld, de spelers en mogelijke stimulerende condities te duiden. In alle artikelen maken we gebruik van een model om het speelveld te tonen. In dit artikel wordt vooral gekeken naar de mogelijkheden om de zogenaamde ‘typologische’ woningen te verduurzamen met vergaande digitalisering.

Leeswijzer

Dit artikel geeft veel inhoud en is best lastig om te lezen. Daarom beginnen we met de structuur ervan.

1. Allereerst wordt gekeken waar nu eigenlijk de grote opgave ligt voor wat betreft het verduurzamen van huizen op basis van woningsegment en type eigenaren.

2. Vervolgens hebben we aan de hand van een model de renovatie- en verduurzamingsmarkt verdeeld in segmenten waarin het type verduurzamingsaanpakken zijn te positioneren.

3. Daarna wordt uitgelegd in welke van de beschreven segmenten op de kortst mogelijke termijn de meeste CO2-reductie en het hoogste tempo is te halen.

4. Dat betreffende segment wordt verder uitgediept, waarbij mogelijke aanpakken voor dat segment worden beschreven.

5. Aansluitend daarop wordt de rol van digitalisering beschreven, waarbij het accent wordt gelegd op een platform waarmee binnen dat segment het grootste rendement is te behalen.

6. We sluiten af met een oproep om mee te denken over de route die in dit artikel wordt beschreven.

1. Waar zijn meters te maken

De gebouwde omgeving heeft binnen de energietransitie een target van 8 Mt CO2-besparing per 2030. Tot nog toe is er nog niet echt sprake geweest van een aanpak die is gericht op de vraag waar en op welke manier het snelste de meeste CO2-besparing is te realiseren. De nadruk lag op vragen als: ‘Hoe realiseren we de grootste stappen?’ en ‘Hoe worden we aardgasvrij?’. Terwijl een betere vraag is: ‘Hoe creëren we snel een zo groot mogelijke CO2-besparingsstap tegen zo laag mogelijke kosten op een zo groot mogelijke schaal?’

Focus is dan belangrijk.

1- Focus op de meest kansrijke marktsegmenten (woningtypes, zie figuur 1)

2- Focus op de meest kansrijke aanpakken (snel, goedkoop en veel CO2-besparing)

Bij punt 2 is het belangrijk dat die aanpakken per 2050 leiden naar een CO2-emissieniveau dat met hernieuwbare bronnen is te neutraliseren naar nul.

Woningtype

Zoals uit figuur 1 blijkt, is meer dan de helft van de CO2-besparing te halen binnen de particuliere sector en de nadruk ligt binnen koop en huur op grondgebonden woningen die we hier duiden als typologische woningen (d.w.z. typen woningen geschikt voor enige vorm van standaardisatie, waarmee een flink contingent is te vormen). Het idee is dan ook om de komende jaren verduurzaming van individuele woningen te versnellen.

image

Figuur 1, CO2-emissie per woningeigenaar en segmenttype

Focussen op de woningen waar de grootste CO2-emissiereductie is te maken (rood omcirkeld in figuur 1).

2. Marktsegmentering

Er dient een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen renovatie/verbouwing enerzijds en verduurzaming anderzijds. Renovaties/verbouwingen bieden bij uitstek een kans voor verduurzaming, maar vinden niet vaak genoeg plaats om alleen daarmee tijdig de klimaatdoelen te halen. Verduurzamingsingrepen betreffen ingrepen buiten die momenten om. Ingrepen die specifiek zijn voor energie en duurzaamheid, zoals isolatie of het plaatsen van PV-panelen.

1- Bij renovaties en verbouwingen moet een zo groot mogelijke verduurzamingsstap binnen die renovatie/verbouwing worden gestimuleerd.

De renovatiemarkt is opgesplitst in een ambachtelijke aanpak en een veel meer geïndustrialiseerde aanpak. De laatste wordt vooral toegepast door woningcorporaties waarbij de keuze om te renoveren is ingegeven door portfoliostrategie en assetmanagement met haar eigen dynamiek en tempo. Stimulering is altijd gericht om bij renovaties een zo groot mogelijke CO2-besparingsslag te maken (subsidies en de Energie Prestatie Vergoeding).

2- Bij verduurzamingsingrepen is het belangrijk om in één keer zoveel mogelijk maatregelen te nemen met een zo hoog mogelijk CO2-besparing tegen een zo laag mogelijke prijs (bij voorkeur in de buurt van de huidige maandlasten).

De verduurzamingsmarkt kent een versnipperd aanbod van losse maatregelen, die zelden als één one-stop-shop-oplossing te koop zijn voor de particuliere markt. Naarmate er meer focus is op een combinatie van maatregelen geënt op specifieke woningtypen kan ook daar een vorm van on-site industrialisatie en digitalisatie plaatsvinden, waardoor vooral sales- en proceskosten dalen. Deze benadering is uitgewerkt in onderstaand kwadrantenmodel.

Figuur 2

Kwadrant A kent oplossingen met hoge CO2-emissiereductie (tot 100%) en een hoge mate van industrialisatie en digitalisering. Hier gaat de verduurzaming hand in hand met renovatie. Kwadrant B bereikt de kostendaling 'on site', dus zonder (of met minder) industrialisatie, maar wel door slimme digitalisering en standaardisering in het proces. Kwadrant B bereikt een lagere maar toch significante (ca 60%) CO2-emissiereductie. In Kwadrant C worden met name losse maatregelen genomen, zoals het plaatsen van dubbel glas of spouwmuurisolatie. Hiermee wordt een geringe CO2-emmissiereductie gerealiseerd. De activiteiten in kwadrant C vinden met name plaats op locatie. In Kwadrant B wordt de woning gerenoveerd met een hoge mate van CO2-emissiereductie. Voor de woning wordt een maatwerkoplossing ontworpen en uitgevoerd.

Het model beschrijft geen oplossingen of voorkeursaanpakken. Wel verdient het aanbeveling om te stimuleren dat de 3,6 miljoen typologische woningen zoveel als mogelijk worden aangepakt met aanbod die passen in kwadrant A en B. In die kwadranten zijn de grootste CO2-besparingsstappen te maken, tegen een redelijke en zo laag mogelijke prijs met zo min mogelijk gedoe voor bewoners. Het gevolg daarvan is snelheid met impact. Daarmee zijn de kwadranten D en C niet minder belangrijk. Een groot gedeelte van de woningvoorraad leent zich niet voor een aanpak zoals in kwadrant A en B. Het is van belang dat ook deze woningen worden verduurzaamd, waarbij gebruik wordt gemaakt van een meer ambachtelijke aanpak.


image

Het kwadrantenmodel is niet bedoeld om een waardeoordeel te geven over aanpakken binnen de kwadranten. Op bepaalde manieren dragen op dit moment alle aanpakken bij aan CO2-emissie beperking. Met het model is het wel mogelijk om te duiden waar snel meters gemaakt kunnen worden, welke condities daarvoor nodig zijn en hoe stimuleringsprogramma’s daarbij kunnen helpen. Het model kan ook gebruikt worden om de discussie over bronnen te voeren. Aan een bepaalde aanpak die gepositioneerd wordt in het model kan namelijk ook een warmtevraag gekoppeld worden die de effectiviteit (in exploitatie en CO2-emissiebeperking) van een bron bepaalt.

Het kwadrantenmodel beschrijft ook geen oplossingen, maar het maakt het eenvoudiger om per kwadrant te kijken naar diverse aspecten. Denk aan stimulering, digitalisering of communicatie met de wijk of de bewoners. Het model is niet perfect en moet daarom niet altijd al te letterlijk genomen worden.

In het model had ook het energiegebruik nog een plek kunnen krijgen. Die loopt er als het ware diagonaal doorheen. We laten dat verderop in een verdiepingsslag zien. Voor het basismodel vonden we die toevoeging wat te complex.

Kernachtig samengevat vanuit uitvoerdersperspectief (bij de premisse van een gewilde oplossing):

- Kwadrant A, capaciteitsvraagstuk, fabrieken vullen en gevuld houden?

- Kwadrant B, logistiek vraagstuk: tempo maken met one-stop-shop pakketten?

- Kwadrant C, uitrolvraagstuk: werkende campagnes en spijtmaatregelen voorkomen.

- Kwadrant D, kennisvraagstuk: kennis vergroten onder verbouwers.

3. De hotspot van de verduurzamingsfactor

De ingekleurde kwadrantmodellen (zie figuur 3) laten verschillende aspecten zien van de opgave. Alle woningen zouden in de loop van de tijd op de één of andere manier in de geel gemarkeerde band (1) moeten terechtkomen

(wat resteert is een discussie over de bron van de gebruikte duurzame energie). Met wellicht een verbijzondering m.b.t het corporatiebezit, omdat die nu eenmaal een flink deel van de verduurzaming kunnen combineren met geplande renovaties waardoor ze zonder al te veel moeite een stap extra kunnen zetten. One-stop-shop oplossingen die worden uitgevoerd in kwadrant B en onderin kwadrant A zijn door het type aanpak gunstig geprijsd (2) en hebben een hogere CO2-emissiereductie tot gevolg (tussen 50% en 70%) dan gelijkwaardig geprijsde maatregelen in kwadrant C en D. De prijs van de verduurzaming moet, uitgedrukt in maandlasten voor de eigenaar/bewoner, tussen 15K en 25K liggen (2). De blauw gestippelde cirkel vormt dan de hotspot waar de komende 10 jaar snelheid valt te maken.

Figuur 3

In de tabel hieronder is een analyse gemaakt welk deel van de voorraad typologisch is en dus geschikt voor kwadrant A en B. De conclusie is dat geen één kwadrant bovenmatig belangrijk is. Wel is de helft van de CO2-reductie te realiseren in kwadrant A en B waarvan het grootste deel (zeker 80%) in kwadrant B. De andere helft zal uitgevoerd worden in kwadrant C en D in combinatie met verduurzaming van bronnen. Ook in de kwadranten C en D zijn overigens contingenten-aanpakken te maken. Het gaat dan echter om veel kleinere aantallen per contingent maar wel veel meer (maat)werk per woning. Het verdient aanbeveling om, gezien de aantallen, ook daar de nodige aandacht aan te geven.

image

Voor wat betreft digitalisering als driver voor substantiële kostenreductie focussen we in dit artikel vooral op kwadrant A en B, omdat daar hoog-niveau-digitalisering absoluut nodig is. We sluiten niet uit dat ook kwadrant C en D in de toekomst gebruik gaan maken van diezelfde technieken. Voor wat betreft de aanpak van de eerder genoemde typologische woningen, waarvan er zo’n 3,6 miljoen staan, komen aanpakken in kwadrant A en B het meest in aanmerking. De koplopers die we hebben geïnterviewd schatten in dat door vergaande digitalisering en industrialisering er kostprijsreducties van 35% kunnen worden behaald in die twee kwadranten. Vandaar dat we daar in dit artikel de accenten op leggen.

Particuliere woningen blijven achter bij de corporaties

De aanpak van woningen in particulier eigendom kent een aantal hardnekkige problemen die tot nog toe door geen enkele aanpak is opgelost. Dit betreft de volgende issues:

1. Lage conversies op acquisitieactiviteiten. De kosten daarvan drukken op de prijs van degenen die wel kiezen voor energiebesparing. De cost-of-sales moeten dus fors dalen. Digitalisering van het verkoopproces speelt daarin een belangrijke rol.

2. Alle woningen worden gezien als one-offs waarbij de individuele keuze van de bewoners leidend zijn. Zo rond de 60% van de woningen in Nederland behoren echter in de categorie typologisch. Daar hoeft niet continu nieuw renovatie- of verduurzamingsaanbod voor ontwikkeld te worden. Bestaand aanbod moet gemakkelijk gekoppeld kunnen worden aan digitale (zelf)opnametools.

3. Men denkt dat de keuze van bewoners valt of staat met een onafhankelijke adviseur. Die werken echter kostenverhogend. Door toepassing van digitalisering kan er een pallet aan (gevalideerde) proposities voorgelegd worden door een one-stop-shop-leverancier waaruit de klant kan kiezen. Dat maakt de dure adviseur, zeker voor het grootste marktsegment typologische woningen, overbodig.

4. De renovatie- en verduurzamingsketens zijn lang en complex. Alle transactiekosten binnen die keten, inclusief een stapeling van marges, komen ook terecht op het bordje van de bewoner. De koppeling tussen de woning en de toeleverende keten moet beter, sneller en goedkoper. Dat kan met ondersteuning van digitale hulpmiddelen.

5. Er vindt een enorme industrialisatieslag plaats op dit moment voor nieuwbouw en schilrenovaties. De maatregelen en pakketten van maatregelen die zijn te categoriseren als interieuraanpakken kennen een sterk ambachtelijk karakter. Digitalisering en een andere kijk op het proces kunnen daar verandering in aanbrengen, waardoor kosten kunnen dalen en verduurzaming met een hoge CO2-besparingsfactor snel en effectief uitgevoerd kan worden.

6. Veel partijen die oplossingen aanbieden zijn op dit moment veel tijd en middelen kwijt aan het bij elkaar krijgen van de juiste data. Met name data over de effecten van de maatregelen zijn niet generiek beschikbaar.

7. Financiering van investeringen is lastig, versnipperd en sterk situationeel bepaald en er is vrijwel geen kennis over en het toepassen van subsidies bij aanbodpartijen.

8. Particuliere klanten zijn lastig voor middelgrote bedrijven uit de bouw- en installatiebranche omdat ze daar niet op zijn ingericht. De opgave in kwadrant A en B leent zich qua schaal en omvang ook niet voor de kleinere lokale aannemer en installateur.


4. Kwadrant B

De woningen die aangepakt kunnen worden op de manier die kwadrant B voorstelt zijn typologisch, een woning die veel voorkomt in Nederland. Voor die types kunnen zogenoemde concepten ontwikkeld worden. Dat zijn geen kant en klare proposities: iedere woning is door allerhande aanpassingen in de loop der jaren immers anders geworden. De één heeft er een aanbouw aan gezet, de ander heeft er een dakkapel op gezet, er zijn al besparingsmaatregelen uitgevoerd, etc. Een basisconcept voor een woningtypologie moet dus gemodificeerd kunnen worden naar een specifiek huisnummer. Daarin speelt digitalisering een belangrijke rol. Woningcorporaties kunnen prima woningen aanpakken binnen kwadrant B. Denk daarbij aan woningen die de komende 15 jaar nog niet op de rol staan voor renovatie, gespikkeld bezit of een verduurzamingsaanpak bij mutatie. Renovaties vinden ook in toenemende mate plaats op het grensvlak van A en B. Kwadrant B is niet afhankelijk van het meedoen van hele blokken, straten, buurten of wijken. Het is wel mogelijk om te starten met wijk- en buurtcommunicatie, om zo aanbieders van proposities onder de aandacht te brengen van burgers en ze aan te laten haken op verduurzamingsportals waarmee heel snel één of meerdere offertes verkregen kunnen worden.

Wie gaan dat doen?

Werkzaamheden uitvoeren in kwadrant A en B is geen sinecure. Door de grote behoefte aan digitalisering (zowel m.b.t. bewonersplatform als procesondersteuning), de uitgekiende logistieke processen, de inzet van gespecialiseerde uitvoeringsteams (gespecialiseerd in woningtype en propositie) en de behoefte aan schaal en continuïteit is het in beginsel niet het werkveld van de lokale aannemer en installateur (die werken meer in kwadrant C en D). Het is in toenemende mate de vraag of aannemers en installateurs die opereren vanuit de huidige bouwpraktijk zich willen en kunnen kwalificeren voor de kwadranten A en B. De survey die in het kader van dit project van TKI-Urban Energy werd uitgevoerd en een recente praktijkervaring bij een pilotproject in de Achterhoek laten zien dat de traditionele partijen zelf ook weinig fiducie hebben om zich te verplaatsen naar kwadrant A of B, terwijl het, voor het versnellen van de energietransitie in de gebouwde omgeving, wel wenselijk is dat dit aanbod ontstaat. Met name in kwadrant B ontbreken aanbieders die op deze wijze gebouwen kunnen verduurzamen.

Ook partijen die in kwadrant A actief zijn terughoudend om aanbod te ontwikkelen voor kwadrant B, omdat dit een andere markt betreft waarmee zij niet gewend zijn te werken. De grootste potentie voor partijen die aanbod in kwadrant B kan ontwikkelen, wordt gezien bij een aantal grotere onderhoudsbedrijven in kwadrant C en een aantal platformaanbieders die momenteel tegen kwadrant B aanschuren. Echter ook partijen uit kwadrant A zien onder voorwaarden perspectief in kwadrant B.

In kwadrant A gaat het vooral om off-site productie van renovatiecomponenten. Fabrikanten die gebaat zijn bij schaal en dus vooral belang hebben bij stimulering van schaal. In kwadrant B gaat het vooral om verduurzaming voor particulieren, om kleine schaal per klant. Dat vraagt om uitgekiende gestandaardiseerde processen in commercie en in uitvoering. Dat betekent ook een zeer hoge mate van digitalisering die onderdeel is van het Landelijke Digitale Platform dat momenteel in ontwikkeling is. De aanbieders verkopen hun propositie als product, maar gebruiken daarvoor voor de bouw nog niet platformoplossingen. Oplossingen die weer gekoppeld zijn aan het Landelijk Digitaal Platform (zie de volgende paragraaf).

Human capital

Voor de uitvoering van de werkzaamheden in kwadrant A en B zijn gespecialiseerde uitvoeringsteams nodig. Deze uitvoeringsteams hoeven in beginsel geen technische opleiding te hebben. Bedrijven als Heattransformers en Factory Zero leiden inmiddels zelf hun vakmensen op. Binnen een maand of drie bekwamen die zich in specifieke technieken geprojecteerd op een beperkt aantal woningtypen. Te vergelijken met de keukensteller die altijd met dezelfde elementen werkt in verschillende situaties en met weinig diepe installatietechnische en bouwkundige kennis.

De mensen die het uitvoeren zijn ook geen timmerlieden of installateurs. Het zijn ‘fabrieksarbeiders’ opgeleid voor één woningtype en die steeds weer hetzelfde pakket aan maatregelen uitvoeren. Een aanpak die binnen een maand of drie aangeleerd kan worden door mensen met twee rechterhanden.

Grofweg zou dit een werkwijze kunnen zijn:

- Een ploeg van vier mensen doen een bepaald type woning met een specifieke set van maatregelen waarvoor ze specifiek zijn opgeleid.

- Ze doen twee dagen over een woning.

- Ze moeten dus om de twee dagen een huisadres hebben ergens in Nederland, dat gebeurt met een uitgekiend en grotendeels digitaal salesproces.

- Als ze ’s morgens om 07.30 uur aankomen op dat adres dan staat daar een vrachtauto vijf kratten te lossen met spullen die ze die twee dagen nodig hebben.

- Iedere woning is anders maar na vijftig woningen kennen ze de uitzonderingen en kunnen ze daarop anticiperen (mits de woningen vooraf zorgvuldig zijn geselecteerd, waardoor de uitzonderingen beperkt blijven tot een behapbare spreiding).

- Na twee dagen is de woning aangepakt en besparen de bewoners 60% CO2.

- De mannen staan de volgende dag weer bij het volgende adres ergens in Nederland (mandjes van woningen in dezelfde straat, buurt of wijk zijn handig, maar daar hangt de opschaling niet van af).

Een digitaal platform moet het bovenstaande proces kunnen ondersteunen zonder dat er heel veel menselijke handelingen aan te pas komen.

‘The Factory is the Product’, riep Tesla baas Elon Musk vorig jaar na een vraag hoe hij verbeteringen doorvoert in zijn producten. Bij een goede fabriek en goede processen is verbetering en optimalisatie van het product een gegeven. In het geval van kwadrant B is er niet letterkijk sprake van een fabriek maar wel van een proces die is geënt op industriële productie. Eisen stellen aan de fabriek zelf in termen van schaalbaarheid, klantbinding, procesorganisatie en -inrichting is in deze fase wellicht belangrijker dan eisen stellen aan de output van de fabriek.

De klantreis voor particulieren

image

Eén van de belangrijkste redenen waarom kwadrant B nog niet volstroomt met marktpartijen die aanbod hebben voor particulieren betreft de cost of sales. De conversie van gesprek naar opdracht is voor een propositie van een set gecombineerde oplossingen erg laag waardoor de kosten daarvan uitgesmeerd moeten worden over de opdrachten die wel binnengehaald worden. Die kosten kunnen met geavanceerde digitale middelen fors worden verlaagd. Voor corporaties geldt dat in veel mindere mate omdat een opname over het algemeen leidt tot een opdracht. De afspraken over de prijs, het proces en de planning is vaak al vooraf gemaakt. Bij particulieren heerst ook nog de gedachte dat die ontzorgd moeten worden en dat daar onafhankelijke adviseurs voor nodig zijn. Dat is een hardnekkige denkfout. Drie aanbiedingen waaruit de klant een keuze kan maken op een eenduidige manier gepresenteerd in een goede portal is veel waardevoller en kost aanzienlijk minder. De klantreis begint bij een wijkgerichte campagne. Het bezoeken van de portal aan de hand van de verstrekte inlogcode is de eerste stap in de salesfunnel. De klantreis is in het plaatje hieronder inzichtelijk gemaakt. Verderop in dit artikel ga ik wat dieper in op de digitaliseringsbehoefte van het hieronder beschreven proces.

De aanbieders

Partijen die menen dat ze wel degelijk aanbod hebben in kwadrant B dienen zich vooral te spiegelen aan de mate van digitalisering (de zelfscanapp en vrijwel geen menselijke handeling tussen opname en aflevering van de eerder genoemde kratten met spullen voor dat ene huisadres waar het team ’s morgens klaar staat om te starten na een feilloze en altijd nakoombare afspraak met de bewoner), de schaal (de zelfsturende teams hebben continu een aanvoer van zelfde woningtypes nodig wat vraagt om grootschalig de markt in te gaan, tenminste +1.500 woningen per jaar) en de combinatie van corporatiebezit en particulieren (partijen die alleen corporaties kunnen en willen zijn projectmatig georganiseerd met principes van de ambachtelijke bouwpraktijk, ze zitten eerder rechtsboven in kwadrant B of linksonder in kwadrant D). De partijen in de kwadranten A, C en D zijn redelijk bekend. Kwadrant B is tot nog toe een witte vlek die ingevuld moet worden. Uit het TKI Urban Energy onderzoek bleek dat veel partijen uit kwadrant A de ambitie hebben om te bewegen richting kwadrant B. Wat logisch is omdat de mate van digitalisering in A sterke overeenkomsten heeft met de digitaliseringsbehoefte in kwadrant B. De platformen die worden genoemd in het plaatje zijn uiteraard ook volop bezig met het doorontwikkelen van hun software en zien grote kansen om in kwadrant B te belanden. Een partij die tot nog toe het meest in de buurt komt van het kwadrant B proces is het bedrijf Heattransformers (zie inzet). Ware het niet dat zij slechts de leverancier zijn van (hybride) warmtepompen. Ook een bedrijf als Coolblue zou niet misstaan in het rijtje van kanshebbers. Ze hebben de logistieke kennis en de software in huis om alle beloftes van kwadrant B te kunnen waarmaken. In hun ogen zal het niet meer zijn dan een logistieke opgave. Mensen opleiden en met slimme logistieke tools zorgen dat die mensen iedere dag de goede spullen hebben om aan het werk te gaan. Ondertussen op een sublieme manier via een portal communiceren met de klant. We zien het zo gebeuren.

5. Digitalisering van de keten vanuit een platform benadering

Alle partijen uit het koplopersveld zijn het erover eens dat we aan de vooravond staan van een volgende digitaliseringslag in de bouwsector. Het idee van standaarden die gebruikt worden om informatie te kunnen uitwisselen zal steeds meer losgelaten worden en vervangen door high-tech platformen die in staat zijn met slimme algoritmisch gestuurde API’s data uit te wisselen. De uitdaging is om platformontwikkelaars zo ver te krijgen hun platformen te koppelen waardoor toeleveranciers makkelijk toegang krijgen tot de tools van uitvoerders. Belangrijk om het hele klantproces met zo min mogelijk menselijke handelingen uit te voeren waardoor de kosten laag blijven en er zo min mogelijk marges worden gestapeld. Dat kan zover gaan dat een digitaal platform de hele functie van de groothandel en administratieve afhandeling overneemt (zie inzet).

Het Digitaal Platform

Er zijn de afgelopen jaren talloze platformen ontwikkeld en gelanceerd. De meesten in de vorm van een website, als instrument om de conversie van verduurzaming in kwadrant C te vergroten. Koppeling met databronnen en met meer geïntegreerde oplossingen lukte nooit goed. Om die reden heeft de overheid gekozen voor het aanbesteden van een Landelijk Digitaal Platform. In de figuur 4 wordt de positie van het LDP geduid. In het LDP zit geen aanbiedersplatform. Die is echter minstens zo belangrijk voor een adequate uitvoering en kostenverlaging van oplossingen in kwadrant A, B en D. In het kader is een beschrijving gegeven van Coolorange, een mogelijk aanbiedersplatform, toegepast in kwadrant B.

image

Figuur 4

Figuur 4 laat de klantreis zien in combinatie met het Landelijk Digitaal platform (vooral oriëntatie en eerste klantcontacten) en het aanbiedersplatform (vanaf de opnametool). Dit plaatje is geënt op kwadrant B. In het geval van projecten met grotere opdrachtgevers in kwadrant A ziet het de klantreis er anders uit maar kan hetzelfde platform worden gebruikt.


Waarom een aanbiedersplatform?

Uit dit onderzoek is gebleken dat alle koplopers die op de één of andere manier bezig zijn met industrialiseren en/of digitaliseren de behoefte hebben om een volgende stap te maken met betrekking tot het toepassen van digitale platformen. Redenen daarvoor:

- Men verwacht dat het nodig is om de industrialisatieslag in de bouw te versnellen om tijdig de doelen uit het Klimaatakkoord te behalen, daar hoort per definitie een hoge graad van digitalisering bij.

- De uitwisseling van data tussen toeleveranciers en klanten is vatbaar voor veel verbetering, conversie en uitwisselingsproblemen horen niet in een geïndustrialiseerde sector.

- Een flink aantal partijen wil best opereren in kwadrant B (de meeste vanuit A) maar laat dat vooral afhangen van de mate waarin digitalisering gaat bijdragen aan het verlagen van de cost of sales en het verlagen van de proceskosten.

- De meeste respondenten achten kostprijsdalingen tot 35% haalbaar en nodig in zowel kwadrant A als B. Digitalisering is daarbij een belangrijke driver voor het vergroten van schaal..

- Digitalisering wordt sterk gekoppeld aan het zoveel mogelijk uitschakelen van menselijke activiteiten omdat die geld kosten en de kans op faalkosten vergroten.

- Andere sectoren hebben met platformen al laten zien waar een hoge mate van digitalisering toe kan leiden. De bouw is toe aan vergelijkbare platformen.

Voor een efficiënte procesgang in projecten die in kwadrant B worden uitgevoerd is het van belang dat de gebouwen die door een uitvoeringsteam worden verduurzaamd in voldoende mate op elkaar lijken. De afwijkingen die het team in de uitvoering tegenkomt moeten binnen de marge passen waarbinnen het team kan opereren. Hiervoor is vooraf veel informatie over het gebouw nodig. Deze informatie ontbreekt op dit moment voor de aanbiedende partij, waardoor deze terugvalt in een maatwerkaanpak met bijbehorende hoge kosten voor werkvoorbereiding. Door de inspanning van informatievergaring en analyse niet per project te doen, maar centraal te regelen in een digitaal platform kan dit veel efficiënter worden gedaan. De kwaliteit en detail van de analyse moet voldoende zijn om ervoor te zorgen dat de afwijkingen die de uitvoeringsteams in de praktijk altijd tegen zullen blijven komen niet groter zijn dan de flexibiliteit in hun aanpak.

Men verwacht een flink tekort aan technisch opgeleid personeel. Industrialisering, standaardisering en digitalisering zijn daarop een antwoord.

De drie belangrijkste redenen om niet fors door te ontwikkelen op digitalisering zijn:

- De hoge investeringskosten voor de volgende generatie digitaliseringsoplossingen.

- Bestaande systemen sluiten onvoldoende aan op de toekomstige nog verdergaande industriële bedrijfsvoering en vragen dus om flinke aanpassingen.

- Teveel wisseling van ketenpartners (zowel klant als toelevering) waardoor systeemintegratie als onmogelijk wordt gezien.

De meeste respondenten denken dat een platform (of meerdere platformen naast elkaar) dat is beschreven in de survey niet door één bedrijf is te ontwikkelen. Opvallend is vervolgens wel dat een groot aantal bedrijven te kennen geeft al in een bepaalde mate te beschikken over een dergelijk platform. Een andere opvallende constatering is dat de respondenten gezamenlijk uitkomen op een kostprijsverlagingseffect van 35% voor een combinatie van industrialisering, standaardisering, digitalisering, schaalvergroting en samenwerking. Dat lijken voldoende incentives om fors te investeren.

Gedurende het explorerend onderzoek zijn de vragen over het Waarom, Wat en Hoe van een platform meermaals opnieuw gesteld en beantwoord. Het Waarom moet uit bovenstaande tekst inmiddels duidelijk zijn geworden. Hoe het platform er precies uitziet en wat er allemaal exact mee kan is nog niet helemaal duidelijk. Wat we ermee willen bereiken wel: versnelling, opschaling, prijsverlaging, versimpeling.

ProStep AG, een wenkend perspectief uit de automobielbranche

De Duitse auto-industrie bestaat uit duizenden bedrijven die, om het hoofd te kunnen bieden aan de internationale concurrentie, op een snelle en efficiënte manier digitale informatie met elkaar moeten uitwisselen. Het ontwikkelen en publiceren van standaards, en het aansluitend implementeren en gebruiken van die standaards voor sectorbrede uitrol, kostte dertig jaar geleden veel tijd en geld. In de jaren 90 besloten de vier grote autofabrikanten en enkele grote toeleveranciers daarom een gezamenlijk platform te ontwikkelen voor de uitwisseling en het beheer van gemeenschappelijke informatie. De problematiek van data-uitwisseling verdween zo ‘onder de motorkap’ van dit platform, dat beheerd wordt door ProStep AG. Doordat de kosten van het in stand houden van het platform gedeeld worden door alle bedrijven samen konden de kosten per onderneming flink gereduceerd worden en beschikken alle deelnemende bedrijven sindsdien over dezelfde, meest recente en compatibele applicaties. Het platform wordt tegenwoordig ‘as-a-service’ aangeboden.

Zo’n platform kan beschouwd worden als een stekkerdoos waarop ieder bedrijf zijn eigen applicaties kan klikken waarna ze probleemloos communiceren met andere partijen in de keten zoals toeleveranciers, klanten of bewoners (via een klantportal).

Geen afspraken over standaarden maar een platform dat bestaande standaarden met elkaar laat communiceren met behulp van de nieuwste generatie algoritmes. Het platform is ook via internet toegankelijk en biedt daardoor basisapplicaties voor kleinere ondernemingen zodat zij niet hoeven te investeren in geavanceerde IT. Op het platform kunnen externe databases en bewonerportals snel en gemakkelijk bereikt worden en is optimale data-uitwisseling tussen toelevering en klanten op het niveau van ketens, netwerken, projecten en individuele gebouwen geen onderwerp van gesprek meer. Met een dergelijk platform wordt het ook aannemelijker dat gebouwdata vanuit verschillende bronnen benaderd kan worden door bevoegde personen en dat die data voor langere tijd benaderbaar blijft voor volgende generaties (circulaire data).

Een dergelijk platform is geen alternatief voor de inspanningen van DiGi-GO om uniforme standaarden af te spreken binnen de bouw- en installatiesector. De hierboven beschreven stekkerdoos is juist een platform dat ervoor zorgt dat de standaarden die zijn ontwikkeld en waarover afspraken zijn sneller integraal toegepast kunnen worden binnen ketens van leveranciers en haar eindklanten.

Vragen rondom de ontwikkeling van een platform

Het platform is er nog niet en voordat het wordt ontwikkeld dienen er nog een aantal vragen beantwoord te worden die we hieronder even kort opsommen.

1. Worden het één of meerdere platformen?

2. Hoe is er stapsgewijs een platform te ontwikkelen?

3. Kennen we de klantreis goed genoeg en wat wordt de positie van de klant binnen het platform?

4. Wat is er al en hoe sluit dat aan bij dit type platform?

5. Wie wordt de eigenaar van data en wie is er uiteindelijk aansprakelijk voor?

6. Wat is het Landelijk Digitaal Platform?

7. Wat moet er allemaal opgenomen worden in het projectplan/businessplan?

8. Hoe krijgt een samenwerking tussen marktparijten uiteindelijk vorm?

Meer weten of wil je meedoen?

TKI Urban Energy is een door de overheid gefinancierde onafhankelijke stichting en richt zich op de versnelling van de energietransitie in de gebouwde omgeving. Zij verbinden ondernemingen met elkaar, met kennis en met geld. Het stimuleren van de digitalisering is in de ogen van TKI Urban Energy nodig voor versnelling. Dat kan alleen samen met marktpartijen. Bij dit platforminitiatief zijn inmiddels zo’n dertig marktpartijen betrokken. Voel jij je aangesproken door de hierboven beschreven aanpak, dan nodigt TKI Urban Energy jou van harte uit om je te melden. Wellicht kun je een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het platform (of meerdere platformen), het beantwoorden van de vragen of zie je kansen om je als aanbieder te positioneren in kwadrant B. Bij interesse kun je een mail sturen naar info@tki-urbanenergy.nl

Coolorange: een (toekomstig) platformvoorbeeld

Coolorange vanuit aanbiedersperspectief

Een aanbieder van een integrale propositie in kwadrant B maakt op Coolorange een profiel aan van de services en toegevoegde waarde die hij kan leveren. Deze propositie is gekoppeld aan één of meer woningtypes. Het platform koppelt met databronnen die informatie beschikbaar hebben over de woning (Woonconnect, Digital Twins, Milieu Centraal etc.). Ook geeft de aanbieder aan welke materialen en merken er bij voorkeur gebruikt worden en van welke leveranciers men die wil betrekken. De dienstverlening wordt uitgedrukt in de vorm van verrichtingen, met per verrichting de geschatte tijdsduur als functie van omvang (aantal m2, aantal stuks, e.d.), inzet van personeel, uurtarief en additionele kosten. De commerciële informatie die ingevoerd wordt, blijft vertrouwelijk en wordt niet gedeeld met andere aanbieders die ook gebruik maken van het platform.

De parametrische modelgenerator van Coolorange vertaalt dit profiel in een aanbod aan klanten die een zelfopname hebben aangeleverd via de Coolorange app, dat kan grotendeels digitaal (eventueel gekoppeld met externe databronnen). De aanbieder hoeft zelf niet te onderhandelen met toeleveranciers over de vorming van een prijs; de prijs bepaalt de toeleverancier via het Coolorange platform. De aanbieders (en dus ook de klant) profiteren gezamenlijk van schaal. Dat voordeel van het platform wordt ook transparant inzichtelijk gemaakt voor de aanbieders via blockchaintechnologie. Voor alle aanbieders die bij dezelfde toeleveranciers inkopen geldt dus eenzelfde inkoopsprijs. Daardoor concurreren de aanbieders alleen op de toegevoegde waarde van hun eigen dienstverlening. Als blijkt dat de gekozen toeleverancier te duur is/wordt kan Coolorange besluiten om een andere toeleverancier te kiezen die onder dezelfde platformvoorwaarden acteert. De toeleverancier krijgt via het platform feedback waardoor hij in staat is het aanbod aan te passen in de loop van de tijd. De gehele transactie tussen klant en aanbieder wordt door het Coolorange platform afgehandeld conform gestandaardiseerde en geautomatiseerde procedures. Bij de opdrachtverlening door een klant worden de projectgegevens niet alleen doorgegeven aan de aanbieder, maar ook aan de toeleveranciers van componenten en materialen. Waar nodig zullen nog opgenomen specificaties verwerkt worden in de parametrische modellen die in het platform zijn opgenomen.

Het Coolorange platform zal daarna ook het gehele logistieke proces aansturen. Door middel van prijsdifferentiatie als een functie van de tijd kan een toeleverancier bevorderen dat de orderportefeuille voor een langere periode gegarandeerd is en aansluit op de beschikbare productiecapaciteit. Aanbieders werken volgens de zogenaamde Kaizen methodiek, afkomstig uit de Japanse auto-industrie, gericht op het continu verbeteren van product en proces. De teams monitoren zichzelf dan met sensoren en verbeteren zichzelf voortdurend met de verzamelde data. Ze kunnen zich op het platform ook benchmarken met andere teams. Het is een keuze van het team om procesverbeteringen te delen met teams van andere bedrijven wat vanuit de opgave een voorkeur heeft. Verbeteringen kunnen uiteraard ook dienen als concurrentievoordeel.

Coolorange vanuit klantperspectief

Voor particuliere huizenbezitters is Coolorange het bedrijf waar zij oplossingen voor het verduurzamen van hun huis kunnen kopen. Via de gemeente, bekenden en TV-reclame hebben ze er al van vernomen en zich aangemeld op het platform van Coolorange. Na het invullen van een beperkte vragenlijst kan Coolorange op basis van toegang tot externe basisdata al een indicatie geven van kosten en voordelen van mogelijke aanpakken. Deze tool is ook beschikbaar voor makelaars en taxateurs om voor potentiële kopers een verduurzamingsadvies uit te brengen. Afhankelijk van de reeds ingevoerde gegevens kan Coolorange adviseren om eerst een zelfscan van de woning uit te voeren. Dat kan middels een te downloaden app, maar ook met behulp van een medewerker op afstand. Aan de hand van deze scan kunnen uitvoerders een bieding uitbrengen. Welke partijen een bieding mogen doen kan zelf worden bepaald. Het platform geeft aan welke bedrijven voor dit type een basispropositie op de plank hebben liggen. Een bieding kan gebaseerd zijn op prijsdifferentiatie: een ‘normale prijs’ wordt berekend voor een klant die zelf wil bepalen wanneer de opdracht wordt uitgevoerd, maar er zijn kortingen mogelijk als het tijdstip van de opdracht beter past bij het uitvoeringsschema van de aanbieder. Coolorange kan bewoners van woningen in dezelfde buurt benaderen met de suggestie om in eenzelfde periode woningen te verduurzamen zodat men van ‘clusterkorting’ gebruik kan maken.

Tijdens het maken van een keuze ontvangt de klant gedetailleerde informatie van elke aanbieder, alles in standaardformaat, zodat een objectieve vergelijking mogelijk is. Na het definitief maken van de keuze wordt de bestelling geplaatst. De klant wordt regelmatig op de hoogte gehouden van de voortgang via een makkelijke toegankelijke portal. Desgewenst kan de klant ook een kijkje nemen bij projecten die deze aanbieder in uitvoering heeft op dit moment. Zodra de projectdatum dichterbij komt, wordt de klant geïnformeerd over zaken die nog aandacht nodig hebben, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de woning, het leeg maken van ruimtes (indien nodig), mogelijke overlast en informatie over tijdelijke opvang (indien nodig). De ingreep wordt uitgevoerd door één aanbieder die alle werkzaamheden gelijktijdig op één dag uitvoert. De overtollige materialen worden in een container afgevoerd en direct hierna worden de nieuwe materialen en componenten in een andere container aangevoerd.

Na afloop van het project houdt de klant contact met de aanbieder via het Coolorange platform. Gedurende een jaar (of langer desgewenst) worden de klimaat- en energieprestaties gemonitord om te beoordelen of de ingreep aan de verwachtingen voldoet. Zowel de klant als de aanbieder hebben volledig toegang tot de deze informatie via een dashboard dat zichtbaar is op PC, tablet of smartphone.

De woning wordt met alle opgenomen gegevens en aanpassingen, als de klant dat wil, opgenomen in het Landelijk Digitaal Platform. Een soort patiëntendossier van de woning dat het maken van keuzes over toekomstige aanpassingen in de toekomst voor huidige, nieuwe bewoners en aanbieders makkelijker maakt.