Is BENG al op volle stoom?

Eindelijk mochten we op 1 januari 2021 afscheid nemen van de Energie Prestatie Coëfficient (EPC). Na jaren trouwe dienst en het nodige sleutelwerk om het ambitieniveau te verhogen, maakt de bouw- en vastgoedsector kennis met de Bijna Energieneutrale Gebouwen-wetgeving (BENG). Dankzij de uitsplitsing naar energiebehoefte, primair fossiel energiegebruik en hernieuwbare energie, krijgen we een integrale blik op verduurzaming. We spreken experts en EP Adviseurs Steven Akkermans en Frederik de Kok van Ballast Nedam en vragen of BENG goed van de grond komt.

Tekst: Marvin van Kempen, Beeld: Ballast Nedam

Het korte antwoord op die vraag is: ja en nee. Sinds 1 januari 2021 zijn de BENG-eisen van kracht, maar die introductie bracht zeker in de eerste helft van het jaar weinig fanfare met zich mee. Dat had ongetwijfeld te maken met covid-19 dat om zich heen greep, maar ook om de opstartfase van de eerste BENG-projecten, waar het aan snelheid ontbrak. “We zagen dat er in december 2020 nog aardig wat omgevingsvergunningen werden ingediend, terwijl een maand later de BENG-wetgeving gold”, weet Akkermans. “We merken in de markt dat iedereen op zoek is naar handvatten. De eisen liggen anders ten opzichte van de EPC en dat betekent dat je in een vroeg stadium van het bouwproces [VO of zelfs SO, red.] moet berekenen voor de BENG. Daarnaast heb je een meer holistische blik nodig en krijgt de thermische schil bijvoorbeeld een belangrijkere rol.”

Frederik de Kok

Integrale aanpak

Voorheen werd een energetische minimumeis meestal opgelost met extra pv-panelen, nu krijgt de thermische schil de aandacht die het verdient. “De EPC-gedachte zit nog wel in de hoofden van partijen, dat merk je”, vertelt De Kok. “De BENG is gebaseerd op het Trias Energetica-principe en daagt uit om op verschillende vlakken goed te scoren, waaronder op het beperken van de warmtevraag van gebouwen. Ontwikkelaars en aannemers moeten zorgen voor een goede samenhang tussen installaties en gebouw, want de ene stap beïnvloedt de andere. Bij Ballast Nedam vinden we het belangrijk om bewustwording te creëren rondom de BENG-richtlijnen, zodat we zowel intern als extern deze integrale aanpak omarmen.” Voor zowel Akkermans als De Kok betekende dat een investering in tijd en energie, onder andere in een opleiding. “We zijn opgestaan binnen onze organisatie om ons te gaan specialiseren in BENG en het onderwerp ons eigen te maken”, gaat Akkermans verder. “De opleidingen zijn afgerond en we hebben de diploma’s nu in handen.”

Roadshows en kennisdeling

Dat BENG een belangrijk onderwerp is binnen Ballast Nedam, blijkt onder andere uit de aandacht die het krijgt. ‘’Langzaam dringt binnen dat onze sector bewijs moet leveren over onze realisaties. We geven onder andere presentaties bij onze regiokantoren om te informeren en te inspireren rondom de nieuwe wetgeving”, gaat De Kok verder. “Je merkt enthousiasme om BENG op te pakken, maar een kritische noot is de hoeveelheid extra werk die het met zich meebrengt. Het kan een papieren tijger worden, maar positief is dat je kwaliteit aantoont en onderbouwt.”

Energienul of energiepositief De eerste stappen voor BENG-realisaties vanuit Ballast Nedam zijn inmiddels gezet. Twee BENG-projecten zijn afgerond, waar Akkermans en De Kok meer over weten. Allereerst legt De Kok uit dat Ballast Nedam hogere ambities aanhoudt dan BENG: “Wij zien BENG als de bezemwagen. Dat je eraan voldoet, wil niet per definitie zeggen dat je ook goed bezig bent. In 2017 besloot de ontwikkelingstak van Ballast Nedam alleen nog nieuwe projecten te ontwikkelen met duurzame elektrische oplossingen, zonder gasaansluiting en sinds 2019 worden alle eigen ontwikkelde grondgebonden woningen geheel energieneutraal met een EPC van 0 of lager ontwikkeld. Daar voegen we klimaatadaptieve en natuurinclusieve ambities aan toe. Vanzelfsprekend verschillen die ambities soms van wat opdrachtgevers voor zich zien. We willen adviseren en ondersteunen om samen de lat hoger te leggen.”

Voorbereid op 2050

Over twee projecten vertelt Akkermans met gepaste trots: “Vanuit eigen ontwikkeling zijn we in hartje Rotterdam aan de slag met 42 energieneutrale grondgebonden woningen. Daar passen we stadsverwarming toe in combinatie met vloerverwarming, zorgt een casco- en prefab betonsysteem voor hoge isolatiewaardes en zetten we pv-panelen in.” Er is niet alleen goed gelet op toekomstbestendigheid van het energiesysteem, ook het binnenklimaat en gezondheid kreeg aandacht. “Zo is er een CO2-regeling en warmteterugwinning (WTW) in combinatie met balansventilatie, systeem D. Als je het hebt over een energieneutraal 2050, dan zijn de bewoners van deze gebouwen helemaal voorbereid.”

Optimaal concept dankzij quickscan

Het tweede project is een woningbouwproject met 47 grondgebonden woningen in Maassluis. “We gingen aan de slag met een quickscan en onderzochten welk BENG-concept als optimaal uitgangspunt gold”, vervolgt De Kok.

“We kozen voor een concept met een grondgebonden warmtepomp, driedubbel glas en een prefab-systeem, samen met WTW en CO2-regeling. Hiermee voldoen we al aan de minimale BENG-eisen voor de aanvraag omgevingsvergunning. Voordat de woningen worden opgeleverd worden er pv-panelen toegevoegd om het aandeel hernieuwbare energie verder te verhogen. Het energielabel dat de woningen na oplevering1 krijgen is hierdoor beter dan het energielabel dat afgegeven is voor de aanvraag van de omgevingsvergunning. Ook hier gaan we verder dan de wettelijke eisen.”

Naarmate de bouw- en vastgoedsector ‘went’ aan BENG, gaan we meer van dergelijke projecten zien, denken Akkermans en De Kok. “De aanloop is wat lastig gebleken voor veel partijen, maar het tij gaat keren”, verwacht Akkermans. “We zijn blij met de meer integrale kijk op verduurzaming en denken dat het bewustwording vergroot.” De Kok voegt toe en besluit: “Niet alleen bij ketenpartners maar ook bij eindgebruikers. Het nieuwe energielabel neemt bewoners mee in communicatie en maak ze bewust van de oplossingen die we als sector bieden. Het biedt een uitgebreid en gedetailleerd inzicht in de energieprestatie van de woning. Zo krijgt de eigenaar een concreet verbeteradvies om de energieprestatie verder te verbeteren.”

Steven Akkermans

1 Een verschil met de vorige (EPC) situatie is dat met BENG voor een woning of utiliteitsgebouw de energieprestatie op meerdere niveaus in het bouwproces moet worden berekend: bij de aanvraag omgevingsvergunning, bij de oplevering en in het kader van verkoop of verhuur.

Drie eisen voor een integrale benadering:

  • Energiebehoefte: hoeveel energie die geleverd moet worden door de installatie van een gebouw om het te verwarmen en te koelen, uitgedrukt in kilowattuur (kWh) per vierkante meter per jaar;
  • Primair fossiel energiegebruik: hoeveel energie uit niet-hernieuwbare bronnen in kWh per vierkante meter per jaar die nodig is is nodig voor verwarming, koeling, ventilatie, tapwater en verlichting. In deze indicator komen de bouwkundige kwaliteiten en de gebouwinstallaties samen. Voor de grondgebonden woningbouw ligt deze eis vanaf 2021 op maximaal 30 kWh/m2/jaar;
  • Aandeel hernieuwbare energie: percentage hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. De opwekking van deze energie moet gekoppeld zijn aan het gebouw. Voor woningbouw ligt dit op minimaal 50 procent.