“We leggen onszelf een hoog innovatietempo op”

Dat zeggen drie koplopers van het consortium achter de te bouwen Future Factory. Met een stevige subsidie vanuit de MMIP-regeling plus een forse eigen investering, starten Jan Willem van de Groep, Folkert Linnemans en Lianda Sjerps-Koomen aan hun vijfjarige missie. Die moet een fabriek opleveren die 25 duizend renovatiepakketten op maat per jaar gaat produceren voor vier miljoen te renoveren woningen.

Auteur: Tom de Hoog

Digitalisering is de sleutel

De te bouwen future factory gaat de particuliere woningbezitter bedienen en ook corporaties. Van de Groep: “In de producten die de fabriek gaat leveren, zit een modificatiefactor voor de afnemers. Aan de achterkant hebben we het echter over een volledig gestandaardiseerd proces van industriële fabricage. We gaan pakketten leveren met een vaste prijsstelling, die duidelijk maakt dat zo produceren goedkoper is dan de huidige renovatiemethoden. Automatisering moet het mogelijk maken om de particulier een propositie te bieden met de waarde van de energierekening.” Sjerps-Koomen: “Bij de woningupgrade kan men desgewenst meteen een nieuw uiterlijk kiezen."

De misperceptie kan zijn dat mensen straks denken dat ze niks te kiezen hebben. Het proces is gestandaardiseerd, maar digitalisering en robotisering bieden juist opties en keuzes. ” Linnemans: “De digitaliseringslag zoals wij die voor ogen hebben, bepaalt in hoge mate de slagingskans van dit project. Dat betekent letterlijk inmeten van de bestaande bebouwing met drones, het bouwen van parametrische configuratietools en daarop vertrouwen - heel belangrijk! - en dat we dit uiteindelijk kunnen vertalen naar een productie die aangestuurd wordt in de fabriek.” De concepten die ontwikkeld worden passen op de grondgebonden dominante woningtypen uit de jaren 50 tot 90. Het hele ontwikkeltraject van Future Factory bestaat uit 180 innovatieprojecten die de komende vijf jaar uitgevoerd worden. Dat maakt het volgens Linnemans mede mogelijk om over vijf jaar een product te kunnen presenteren dat aansluit op een zeer groot deel van de markt.

Prestatiegarantie moet de maatstaf zijn

De aanpak van het consortium moet het verschil gaan maken in de bouwsector. Linnemans is daar helder over: “De minimale norm van de overheid was altijd het maximale wat de aannemer deed. Kijk je nu, dan zijn we met ons allen in de sector behoorlijk aan het schipperen met normen. Denk bijvoorbeeld aan BENG of NT 8800, de energieprestatienorm. In onze optiek moeten we bewijzen hoe een woning in de praktijk functioneert. Dat hele theoretische kader waaraan we moeten voldoen, moeten we toch wat loslaten en overgaan naar een systeem van prestatiegaranties.” Dat onderschrijft Van de Groep vanuit zijn ervaringen met Factory Zero: “Het leven wordt een stuk eenvoudiger als je producten mag aanbieden op basis van prestaties. Zo ontwikkelen we bij Factory Zero nu onze energiemodule verder en bij iedere freeze in dat proces zouden we een keuring moeten laten doen à 50 duizend euro om te blijven bewijzen dat we voldoen aan de papieren normen. Dat geld geef ik liever uit aan innoveren.” Over dat aspect maakt Van de Groep zich wel wat zorgen. “We hebben onszelf echt wel een hoog tempo opgelegd wat innovatiesnelheid betreft. Alle drie hebben we daar ervaring in, maar ook hebben we ervaren dat snelheid maken bij innovatie in de bouw best wel lastig is. Ik zeg altijd dat gras niet harder gaat groeien als je eraan trekt. Sommige dingen hebben gewoon hun ontwikkeltijd nodig. Dat is waar we met zijn drieën voor staan: zorgen dat we de doelen halen door het zo strak mogelijk aan te sturen. Da’s best een uitdaging om het voorzichtig uit te drukken.”

Sprang Capelle: voor

Sprang Capelle: na